|

Meet PRO met twee maten?

Op deze pagina vindt u achtergronddocumenten en opiniestukken over belangrijke Delftse dossiers en bredere bestuurlijke thema’s.

Deze documenten zijn bedoeld om onderwerpen overzichtelijk uit te leggen, verbanden zichtbaar te maken en kritisch te kijken naar besluitvorming, democratische controle en de positie van de gemeenteraad. Niet alleen de laatste politieke discussie telt, maar juist ook de eerdere besluiten, beleidsstukken, afspraken en uitvoeringsagenda’s die daaraan voorafgaan.

De achtergronddocumenten zijn geschreven voor inwoners, raadsleden, commissieleden en iedereen die wil begrijpen hoe besluiten tot stand komen en waar de echte politieke keuzes worden gemaakt.

Mocht u willen reageren op dit opiniestuk of heeft u vragen? Stuur dan gerust een email naar marcel@pvv-delft.nl.

Kijken we voldoende kritisch naar links?

Opiniestuk door Marcel Koelewijn | 13 juni 2026

De oude rode roos verdwijnt
GroenLinks en de PvdA staan op het punt definitief samen verder te gaan als Progressief Nederland, kortweg PRO. De Tweede Kamerfractie gebruikt die naam inmiddels al. Voor de PvdA betekent de fusie het einde van een partij met een lange geschiedenis. De oude rode roos verdwijnt in een nieuwe partij, waarin de groene kleur moeilijk over het hoofd is te zien.

De nieuwe fusiepartij PRO presenteert zich graag als een brede volkspartij. Een partij voor redelijkheid, vooruitgang en rechtvaardigheid. Dat klinkt mooi, maar toch schuurt het. Juist politici uit het GroenLinkse kamp nemen hun tegenstanders graag de maat. Wie rechts van het midden staat, krijgt al snel het etiket ‘radicaal rechts’ of ‘extreemrechts’ opgeplakt. Maar wanneer het gaat over radicalisme in eigen kring, blijft het opvallend stil.

Het etiket ligt altijd klaar
In het politieke debat zijn woorden als ‘radicaal rechts’ en ‘extreemrechts’ geen neutrale begrippen. Het zijn zware kwalificaties. Ze plaatsen tegenstanders niet alleen buiten de politieke voorkeur van links, maar bijna buiten het fatsoenlijke debat. Dat gebeurt steeds vaker en steeds gemakkelijker.

Wie een streng migratiebeleid wil, kritisch is op klimaatbeleid of vraagtekens zet bij activistische identiteitspolitiek, wordt al snel weggezet als extreem. Zelfs partijen die via de gewone parlementaire weg opereren, krijgen geregeld het verwijt dat zij zich aan de verkeerde kant van een morele grens bevinden. Vanuit een zelfbenoemde morele superioriteit wordt het politieke speelveld steeds kleiner gemaakt.

Kritiek op rechts mag natuurlijk. Sterker nog, scherpe politieke kritiek hoort bij een democratie. Maar wie anderen voortdurend langs een morele meetlat legt, moet bereid zijn dezelfde meetlat ook op zichzelf toe te passen.

De oude activistische garde is nooit ver weg
Dat laatste gebeurt bij PRO nauwelijks. Paul Rosenmöller is daarvan een bekend voorbeeld. De voormalige GroenLinks-leider en huidige voorzitter van de gezamenlijke GroenLinks-PvdA-fractie in de Eerste Kamer was in zijn jonge jaren lid van de maoïstische Groep Marxisten-Leninisten. Hij maakte enige tijd deel uit van de centrale leiding van die organisatie. Over dat verleden en de ideeën die binnen die beweging leefden, is al veel geschreven.

Nu is er opnieuw discussie over Wijnand Duyvendak. Op zijn eigen website schrijft hij dat hij sinds 1 maart 2026 strategisch adviseur is bij GroenLinks-PvdA. Duyvendak was eerder Kamerlid voor GroenLinks en directeur strategie en campagnes bij die partij.

Zijn verleden is niet onomstreden. Duyvendak erkende dat hij in 1985 betrokken was bij een inbraak in het ministerie van Economische Zaken. Daarbij werden plannen voor kerncentrales en adressen van ambtenaren meegenomen. Die gegevens zijn later gepubliceerd in het activistenblad Bluf!, waaraan hij verbonden was. Rond de bedreiging van ambtenaren en een poging tot brandstichting bij het huis van een topambtenaar zijn destijds ernstige beschuldigingen geuit.

Dat neemt een legitieme politieke vraag niet weg. Waarom kiest een partij, die haar tegenstanders zo snel langs de meetlat van radicalisme legt, opnieuw voor een strategisch adviseur met zo’n zwaar activistisch verleden? Waar blijft de uitleg? Waar blijft de zelfreflectie?

Ook de nieuwe generatie zoekt de scherpe rand op
Het gaat niet alleen om mensen uit het verleden. Ook een nieuwe generatie politici zoekt nadrukkelijk de activistische taal op. Een sprekend voorbeeld is Zita Pels, fractievoorzitter van PRO Amsterdam. Tijdens de verkiezingsavond riep zij vanaf het podium: “Amsterdam was links, is links en zal links blijven!” Dat klinkt meer als een overwinningskreet van een beweging die de stad als eigen bezit beschouwt, dan als een uitnodiging aan alle Amsterdammers.

Ook andere uitspraken van Pels trokken aandacht. EW schreef onlangs over haar onder de kop: “Fuck capitalism. Eat the rich”. Pels omschrijft zichzelf volgens dat blad als een bestuurder met “een radicaal hart en een pragmatische inborst”. Wie zulke taal gebruikt, kan moeilijk verbaasd zijn wanneer mensen vragen stellen over de radicalisering van links.

Het probleem is niet dat een politicus stevig uit de hoek komt. Ik houd zelf ook van een scherp debat. Het probleem ontstaat wanneer dezelfde mensen bij rechtse tegenstanders iedere scherpe uitspraak uitvergroten tot een bewijs van extremisme, terwijl hun eigen activistische retoriek wordt afgedaan als bevlogenheid.

Amsterdam als mini-ministerie van Buitenlandse Zaken
Intussen laat PRO Amsterdam zien waar de politieke aandacht naartoe kan verschuiven. Samen met D66 en DENK kwam de partij met dertien maatregelen rond Palestijnse gebieden en Israël. Een opvallend onderdeel is dat Amsterdam wil onderzoeken hoe de stad kan bijdragen aan de wederopbouw in Palestijns gebied, bijvoorbeeld via contacten in Ramallah.

Wie aandacht vraagt voor menselijk leed, verdient niet automatisch kritiek. Maar een gemeentebestuur heeft in de eerste plaats een verantwoordelijkheid voor de eigen inwoners. Wonen, veiligheid, bereikbaarheid, afval, handhaving en de leefbaarheid in buurten vragen dagelijks aandacht. Buitenlandse politiek is primair een taak van het kabinet. Niet voor niets was eerder al vastgesteld dat een voorgesteld Amsterdams referendum over een boycot van Israël grotendeels buiten de bevoegdheden van de gemeenteraad viel.

Het tekent de activistische bestuursstijl. Er zijn genoeg crises in ons eigen land en in onze steden. Toch lijkt een aanzienlijk deel van links liever het morele geweten van de wereld te spelen, dan nuchter te kijken naar de kerntaken van de eigen gemeente.

Wie anderen de maat neemt, moet ook in de spiegel kijken
De kern van mijn bezwaar is niet dat mensen nooit mogen veranderen. Natuurlijk kunnen mensen afstand nemen van ideeën of acties uit hun verleden. Ook een activist kan later een andere keuze maken. Maar juist dan zijn openheid, uitleg en zelfreflectie nodig.

PRO kan niet geloofwaardig iedere ‘rechtse’ tegenstander fileren en tegelijk doen alsof radicalisme uitsluitend aan de rechterkant bestaat. De partij kan niet voortdurend waarschuwen voor extremisme, maar ongemakkelijke vragen over radicaal gedrag en uitspraken van prominenten uit de eigen kring wegwuiven. Wie het debat wil zuiveren, moet dezelfde normen voor iedereen hanteren.

De PvdA wordt nu begraven in een nieuwe fusiepartij. De rode roos maakt plaats voor een nieuwe groene roos. De vraag is niet alleen wat er met de naam van de PvdA gebeurt. De belangrijkere vraag is welke politieke cultuur ervoor in de plaats komt.

Een brede volkspartij begint niet met het uitdelen van morele rapportcijfers aan iedereen die anders denkt. Zij begint met eerlijkheid over het eigen verleden, terughoudendheid met zware etiketten en de bereidheid om ook de hand in eigen boezem te steken. Precies daar heeft PRO blijkbaar nog veel werk te doen.

Mocht u willen reageren op dit opiniestuk of heeft u vragen? Stuur dan gerust een email naar marcel@pvv-delft.nl.