|

Ontvangt Delft rijksgeld voor de huisvesting van statushouders?

Het Rijk heeft verschillende regelingen ingevoerd om gemeenten financieel te ondersteunen bij de tijdelijke huisvesting van vergunninghouders.

Tot 1 juli 2026 konden gemeenten gebruikmaken van de HAR+-regeling. Op basis daarvan kon een gemeente €30.000 ontvangen voor iedere vergunninghouder die tijdelijk werd gehuisvest.

Sinds 1 juli 2026 gelden nieuwe regelingen. Gemeenten kunnen hiervoor een aanvraag indienen. Afhankelijk van de regeling kunnen zij onder meer een bijdrage ontvangen voor tijdelijke huisvesting, een vergoeding voor het geschikt maken of verbouwen van een locatie en een exploitatievergoeding van €60 per bezette opvangplek per dag. Bij regionale samenwerking bedraagt deze vergoeding €68 per dag.

Uit de openbaar beschikbare informatie blijkt niet of de gemeente Delft van deze regelingen gebruikmaakt. Ook is niet bekend of hiervoor rijksgeld is ontvangen, voor welke locaties dit is bedoeld en om hoeveel vergunninghouders het gaat.

Daarom heeft PVV Delft het college schriftelijke vragen gesteld. Wij willen weten of Delft gebruikmaakt van deze regelingen, welke bedragen zijn aangevraagd of ontvangen en voor welke locaties deze zijn bedoeld.

Het gaat om belastinggeld dat wij allemaal opbrengen. Als Delft gebruikmaakt van deze regelingen, willen wij precies weten hoeveel geld is ontvangen en waar iedere euro aan is uitgegeven.

Volgens PVV Delft moet een einde komen aan steeds nieuwe subsidieregelingen voor de huisvesting van statushouders. De asielketen kost de belastingbetaler jaarlijks miljarden euro’s. Ook het COA wordt volledig betaald met belastinggeld.

Wat ons betreft moet de asielinstroom stoppen. Delft moet stoppen met het uitbreiden van opvanglocaties en de voorrang voor statushouders op de woningmarkt in Delft moet verdwijnen. Ook de financiële prikkels waarmee gemeenten worden gestimuleerd om de opvang en huisvesting van statushouders uit te breiden, moeten stoppen.

Sylvia Grobben
PVV Delft

Lees hieronder de schriftelijke vragen, die we aan het college hebben gesteld: