Een wethouder wonen, die niet in Delft wil wonen
Doorpakken, maar met wie?
Delft krijgt een nieuw college van PRO, D66 en STIP. Een college met maar liefst zes wethouders. Volgens de coalitie moet Delft “doorpakken”, vooral op wonen. Er moet sneller gebouwd worden, er moeten meer betaalbare woningen komen en de bestaande woningvoorraad moet beter worden benut.
Dat klinkt daadkrachtig, maar juist bij deze nieuwe wethouder wonen wringt er iets. Hélène Oppatja van PRO wordt wethouder Wonen, Bestaanszekerheid en Verbonden stad. Een zware portefeuille, midden in misschien wel de grootste uitdaging van Delft. Toch heeft zij aangegeven niet in Delft te willen wonen.
Daarmee ontstaat meteen een ongemakkelijke vraag. Hoe geloofwaardig is een wethouder wonen, die zelf niet in de stad wil wonen waarvoor zij verantwoordelijk wordt?
Verbonden stad als bestuurlijke slogan
En daar komt nog iets bij. Oppatja krijgt niet alleen Wonen, maar ook Verbonden stad in haar portefeuille. Dat maakt de keuze om niet in Delft te willen wonen extra pijnlijk.
Een wethouder die Delftenaren zou moeten verbinden, zou zelf ook verbonden moeten willen zijn met de satd. Anders blijft “Verbonden stad” vooral een bestuurlijke slogan, terwijl veel Delftenaren juist behoefte hebben aan bestuurders die weten wat er in hun straat, buurt en stad speelt.
Regels zijn niet hetzelfde als betrokkenheid
Natuurlijk kan de raad ontheffing geven van de woonplaatsvereiste. Juridisch zal er vast een route voor zijn. Maar politiek gaat het niet alleen om regels. Het gaat ook om gevoel, betrokkenheid en voorbeeldgedrag. Een wethouder wonen moet weten wat het betekent om in Delft een woning te zoeken, in Delft boodschappen te doen, in Delft buren te hebben en in Delft de gevolgen van beleid dagelijks te ervaren.
Wonen is geen vergadertafeldossier
Juist wonen is geen technisch dossier vanaf een vergadertafel. Het gaat over jongeren die geen kamer kunnen vinden. Over starters die de stad uit worden gedrukt. Over ouderen die wel willen doorstromen, maar geen passend alternatief kunnen vinden. Over gezinnen die vastlopen op hoge prijzen. Over wijken waar leefbaarheid onder druk staat.
Dan mag je van een wethouder wonen verwachten dat zij zich volledig met Delft verbindt.
GroenLinks-bestuurders en lokale binding
De opstelling van Hélène Oppatja past helaas in een breder patroon. Bij GroenLinks zagen we al eerder Rik Grashoff, die als bestuurder door het land trok. Hij was onder meer gedeputeerde in Brabant en wethouder in Rotterdam en Tilburg, maar bleef steeds in Delft wonen. Blijkbaar geldt voor GroenLinks bestuurders vaak dat de bestuurlijke functie belangrijker is dan de lokale binding.
Nu gebeurt in Delft iets vergelijkbaars, maar dan omgekeerd. Een wethouder van buiten krijgt de portefeuille wonen in een stad waar zij zelf niet wil wonen.
Delft verdient echte verbondenheid
Dat is moeilijk uit te leggen aan Delftenaren die al jaren wachten op een betaalbare woning. De coalitie zegt samen met de stad te willen werken.
Dan begint dat toch met bestuurders die zelf ook onderdeel willen zijn van de stad?
Delft verdient een wethouder wonen die niet alleen over Delft bestuurt, maar ook echt voor Delft kiest.
Marcel Koelewijn
PVV Delft.
Mocht u willen reageren op dit opiniestuk of heeft u vragen? Stuur dan gerust een email naar fractie@pvv-delft.nl.
