De veiligheid van vrouwen moet serieus genomen worden

Tijdens een debat werd mij een eenvoudige maar belangrijke vraag gesteld: Waar kunnen vrouwen in Delft terecht als zij moeten vluchten voor geweld?

Blijf-van-mijn-lijfhuizen zijn logischerwijs geheim. Dat maakt het lastig om te achterhalen of Delft zelf een dergelijke voorziening heeft of dat vrouwen naar andere steden moeten uitwijken.

Tegelijkertijd horen wij signalen over de daklozenopvang, waar mannen en vrouwen samen verblijven. Voor vrouwen kan dat een onveilige situatie zijn. De meerderheid van de bewoners is man en er zijn signalen dat vrouwen zich daar niet altijd veilig voelen.

Dat roept vragen op.

Vrouwen die dakloos raken of moeten vluchten voor geweld zijn extra kwetsbaar. Zij moeten kunnen rekenen op veilige opvang.

De PVV Delft wil daarom duidelijkheid van het college:

  • Is er in Delft een voorziening voor vrouwen die moeten vluchten voor geweld?
  • Zo niet, waarom niet?
  • En hoe wordt de veiligheid van vrouwen in de bestaande opvang gewaarborgd?

Veiligheid van vrouwen is geen detail, het is een basisvoorwaarde.

Hieronder de schriftelijke vragen die we hebben gesteld:

Vragen ex artikel 39 RvO inzake vrouwenopvang en veiligheid in daklozenopvang

  1. Is het college bekend met de aanwezigheid van opvanglocaties voor dak- en thuislozen in Delft waar mannen en vrouwen gezamenlijk verblijven?
  2. Klopt het dat bij deze opvanglocaties het merendeel van de bewoners man is?
  3. Is het college bekend met signalen dat vrouwen zich in deze opvanglocaties onveilig voelen of zich geïntimideerd voelen door mannelijke bewoners?
  4. Hoe wordt de veiligheid van vrouwelijke bewoners in deze opvanglocaties gewaarborgd?
  5. Zijn er in de afgelopen jaren meldingen of incidenten geweest waarbij vrouwelijke bewoners overlast of intimidatie hebben ervaren in de opvang?
  6. Beschikt Delft over een eigen voorziening voor vrouwen die moeten vluchten voor huiselijk geweld (bijvoorbeeld een blijf-van-mijn-lijfhuis)?
  7. Indien Delft geen eigen voorziening heeft, naar welke gemeenten worden deze vrouwen verwezen?
  8. Acht het college het wenselijk dat kwetsbare vrouwen mogelijk buiten Delft moeten worden opgevangen?
  9. Is het college bereid te onderzoeken of er in Delft een specifieke opvangvoorziening voor vrouwen kan komen?
  10. Hoe wordt in het huidige beleid rekening gehouden met de veiligheid van jonge of kwetsbare vrouwen binnen de daklozenopvang?

De antwoorden verwachten we over drie weken, we houden u op de hoogte.

Sylvia Grobben.